Nieuwsbrief 1 (februari 2017)

Voortgang project A619/620

Studenten in actie

In december is een eerste begin gemaakt met het project reconstructie A619/620. Een kleine groep vrijwilligers van het Historisch Genootschap De Blauwe Tram (beheerder van deze tekeningen) en Stichting De Nieuwe Blauwe Tram, heeft de welhaast Herculische taak op zich genomen om de tientallen kokers met Beijnes-tekeningen van NZH-materieel en dat van haar voorgangers te sorteren en te inventariseren.
In eerste instantie richtte deze inventarisatie zich vooral op tekeningen van de serie A600. Dat leverde een groot aantal tekeningen op maar duidelijk werd dat het totaal niet compleet was.
Bij het doorzoeken van kokers waarin volgens het opschrift op de koker tekeningen van andere maatschappijen zouden moeten zitten, kwamen nog meer tekeningen van de serie A600 boven water waardoor de geconstateerde hiaten in het tekeningenbestand voor een belangrijk deel werden gedicht.
Hieruit blijkt overigens dat het nodig is om alle kokers met tekeningen te inventariseren want wat op de koker staat dekt lang niet altijd de lading.

De volgende stap is het digitaliseren van deze tekeningen. Dat zal gebeuren door hen te scannen. Maar dat dreigt een kostbare zaak te worden als dat door een gespecialiseerd bedrijf zal moeten gebeuren. Dit werk zal heel veel tijd en aandacht vergen. Het gaat daarbij om bijna 200 tekeningen!

Inmiddels is door de penningmeester contact gelegd met de Hogeschool van Amsterdam. Het zou kunnen zijn dat het reconstructieproject een interessant leerproject voor studenten is. Medio december 2016 resulteerde dit in een eerste contact waarna in onderling overleg enige studieprojecten werden geformuleerd.
Het eerste project was het herontwerpen van de karakteristieke Peyinghaus aspot met astap en lagers, gericht op het toepassen van een modern en onderhoudsarm dubbelrijig tonlager.

Een drietal vierdejaars studenten, te weten Sil van Gils, Mariette en Marciano, hebben zich vol enthousiasme op dit project gestort. Wat het voor hen aantrekkelijk maakte was, dat dit geen fictief project was, maar iets dat daadwerkelijk gerealiseerd zal gaan worden.
Daarbij de uitdaging om moderne technieken te combineren met een ontwerp van 85 jaar geleden.
Onderdeel van hun opdracht is te leren welke vragen zij dienden te stellen aan een opdrachtgever. Dat hebben zij dan ook op goede wijze gedaan. Bij het herontwerp gebruikten zij vanzelfsprekend de modernste ontwerptechnieken waaronder het maken van een prototype van de nieuwe aspot met behulp van 3D printing.
Dat eerste prototype bracht een ontwerpfout aan het licht (de aspot zou niet zijn te monteren), waarna het ontwerp werd aangepast.
Vrijdag 3 februari hebben de studenten hun eindresultaat aan de Hogeschool en de Stichting als opdrachtgever gepresenteerd.

Student corrigeert een gescande tekening

3D geprinte aspot

Het studieproject van de HvA was niet alleen nieuw voor de Hogeschool maar ook voor ons als organisatie.
Samen met de Hogeschool gaan we dit eerste project dan ook evalueren waarna nieuwe deelprojecten zullen worden geformuleerd.
Deze deelprojecten gaan zich richten op het ontwerp van de draaistelframes (inclusief motorophanging), assen, wielen en aandrijving, de truck met geleding, het remwerk en de wagenbakken.

De aandrijving wordt een eerste noodzakelijke concessie aan de huidige tijd. Origineel waren de A600-en vier Smit 600V motoren type GT41 van 48 kW/65 pk voorzien. Van deze motoren bestaat nog één exemplaar en die bevindt zich in de technische collectie van de TU-Delft.

Omdat de gereconstrueerde A619/620 niet meer onder de 1200 V gaat rijden maar onder 600/750 V, moeten sowieso al andere motoren worden ingebouwd.
Klassieke motoren met het correcte vermogen blijken evenwel heel lastig te verkrijgen te zijn.

De oud-directeur trammaterieel van de HTM, ir. L. Haring, die ons initiatief ondersteunt en begeleidt, opperde daarop om te onderzoeken of PCC-motoren type Westinghouse 1432 bruikbaar zijn.
Dit is een wereldwijd veel gebruikte motor die nog steeds gangbaar is onder andere bij de HTM. Het motorvermogen wijkt maar weinig af van dat van de oorspronkelijke Smit motoren, namelijk 42,5 kW/58 pk.
Wel vereist het toepassen van deze motoren dat de aandrijving heel anders wordt namelijk met behulp van een cardanaandrijving met haakse overbrenging. Net zoals is toegepast in PCC-trucks.

Na een eerste inventarisatie bleek het haalbaar om dit te doen zonder dat het uiterlijk van de motortrucks daardoor wijzigt. De voordelen van deze wijziging zijn dat enerzijds kan gaan worden gebruik gemaakt van een standaard motor die goedkoop is te verkrijgen en die qua technologie bekend is.
Omdat de motor geheel afgeveerd in de truck is opgehangen, is deze aandrijving gunstig in tegenstelling tot de half afgeveerde situatie zoals bij de klassieke tramophanging.
Opmerkelijk detail: de radstand van de A600 trucks is exact dezelfde als die van een PCC-truck type BN namelijk 1900 mm.
Bij de HTM is daarom een aanvraag ingediend voor het verwerven van twee complete BN-trucks inclusief motoren.
Voor de regeling van deze PCC-motoren zal worden gebruikgemaakt van de traditionele regeling met behulp van een handbediende controller en voorschakelweerstanden.
Diverse originele Brown Boveri controllers ex-A600 bestaan nog maar zijn helaas niet compleet, zo ontbreken contactvingers en blaasspoelen. Maar completeren is mogelijk.

U leest het: het project is volop in beweging!